Mag je lui zijn?

Hij overpeinsde de aanblik van het besneeuwde veld in de berm van de ringweg van Amsterdam. Het Pauperparadijs, theaterspektakel, een groot billboard wordt langzaam zichtbaar in het winterse landschap. Dit is Landje VII, de locatie waar de stadsnomaden op dat moment gedoogd worden. De plek waar Leen in 2017 na 15 jaar dakloosheid besluit dat het roer om moet. Vindt hij dat je lui mag zijn? En hoe is dit te plaatsen in het tijdsbeeld van de vroeg 22ste eeuw?

In het gelijknamige boek van Suzanna Jansen lees ik ‘Vagebonden en ledigbrassers zonder nut voor de maatschappij’. In datzelfde boek vraagt strafrechthervormer Pompe zich in de crisisjaren van de vorige eeuw af waarom het eigenlijk strafbaar zou moeten zijn om zonder middelen van bestaan rond te zwerven. Hij kon er niets anders van maken dan dat het antwoord verborgen lag in de ‘afkeer die de gezeten burgers voelen voor de armen’. Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal definieert lui als afkerig van inspanning of werk.

Leen realiseert zich in 2017 dat hij lange tijd een zeer risicovol leven heeft geleid, maar zoals naar voren komt in korte teksten uit mijn komende boek lijkt er meer te spelen.

zondag 21 juli 2019
We dansen
nog meer dan anders
om elkaar heen
in jouw kamer.

‘Lezen, gamen, rukken,
zo vulde ik mijn dagen’, vertel je.
‘Ik had geen greintje zelfrespect.
Als ik door de stad fietste,
was ik jaloers op de bouwvakker.
Die kon trots zijn op zichzelf,
die had wat gemaakt,’
vertel je.

Je geeft me een kopje thee
uit een papieren beker.

de rand plakt

Leen spreekt over zelfrespect, door Van Dale als een positieve dunk van zichzelf omschreven. Het woordje zelf kan verwarrend werken, want hoewel het gaat over een mening hebben over jezelf komt deze tot stand en gaat ook verloren in relatie tot anderen. In de korte film ‘Vandaag zal alles anders zijn’, die onderdeel uitmaakt van dit verhaal, vertelt Leen dat hij een CV moet maken. Hij vindt dat een flinke klus en heeft daar helemaal geen zin in. ‘Wanneer moet ik dat dan gaan doen? Moet ik mezelf huiswerk gaan geven ofzo? De dag zit al zo vol.’ zegt hij. Het wringt voor Leen.

Volgens schrijfster en filosoof Karlijn Roex onderdrukken we onszelf vrijwillig. We hebben ons weliswaar bevrijd van andermans dwang maar onderwerpen ons tegenwoordig aan zelfdwang in de vorm van prestatiedwang. Hierbij haalt ze de Duits-Koreaanse filosoof Han aan. Bij Han zijn mensen van nu geen ‘ondergeschikten’ meer maar ‘high potentials’. Het onbegrensde kunnen is de kern geworden van de prestatiesamenleving, de wij vorm ‘Yes, we can’ een uiting van haar ultieme positiviteit. Zowel jong als oud werpt zich in de strijd om een waardige sociale en fysieke plek in deze samenleving. Daar waar gefaald wordt, ontwikkelt de prestatiemaatschappij faalangstigen, depressieven en kneuzen.

‘Wir schaffen das’ …….